Verdergaan naar hoofdinhoud Aanmelden
 
 
 Paus Benedictus XVI heeft mgr Eijk benoemd tot aartsbisschop benoemd.

De Apostolisch Administrator van het Aartsbisdom Utrecht, Adrianus kardinaal Simonis, neemt met dankbaarheid kennis van het feit dat Paus Benedictus XVI tot aartsbisschop van het Aartsbisdom Utrecht heeft benoemd mgr dr W.J. Eijk, bisschop van het bisdom Groningen - Leeuwarden.

Bisschop Eijk is zich, na zijn studie voor arts, gaan specialiseren in de medische ethiek. Naast een korte periode in het parochiepastoraat heeft mgr Eijk vooral zijn sporen verdiend in het onderwijs als docent en hoogleraar. In 1999 werd hij benoemd tot bisschop van het bisdom Groningen.

De nieuwe aartsbisschop, die tevens metropoliet van de kerkprovincie Nederland is, volgt hiermee Adrianus kardinaal Simonis op, aan wie de paus op 14 april jl. ontslag heeft verleend en die sindsdien werkzaam is als apostolisch administrator. De nieuwe aartsbisschop is de 70e opvolger van de heilige Willibrord.

De bisdomraad van het aartsbisdom Utrecht is verheugd met deze snelle benoeming, zo kort na het afscheid van kardinaal Simonis. Zij heet de nieuwe aartsbisschop van harte welkom en ziet vol vertrouwen de toekomst tegemoet. De intentie  van de nieuwe aartsbisschop om de komende tijd vooral te gebruiken om uitgebreid met het  aartsbisdom Utrecht kennis te maken wordt toegejuicht. Van harte wenst zij de nieuwe aartsbisschop Gods zegen toe in dit ambt.

Een aartsbisschop is in de hiërarchie van de Rooms-katholieke Kerk (en in andere kerken met apostolische successie) een bisschop die aan het hoofd staat van een aartsbisdom. Bij een aartsbisdom horen een of meerdere suffragaanbisdommen die samen een kerkprovincie vormen. Een aartsbisschop is tevens metropoliet van deze kerkprovincie. De Nederlandse kerkprovincie bestaat uit het aartsbisdom Utrecht en zes suffragaanbisdommen. In Nederland vallen de landsgrenzen en de grenzen van de kerkprovincie samen. In het buitenland is dit niet perse het geval. Landen als Duitsland en Frankrijk kennen bijvoorbeeld meerdere kerkprovincies.

Metropoliet is een andere naam voor een aartsbisschop die aan het hoofd van een kerkprovincie staat. Dit ambt is gebonden aan de bisschoppelijke zetel die door de Paus is aangewezen of goedgekeurd. Een metropoliet heeft een beperkt aantal bevoegdheden in de suffragaanbisdommen. Zo moet hij er bijvoorbeeld op toezien dat in de bisdommen die tot zijn kerkprovincie behoren het geloof bewaard wordt (CIC 436). Een metropoliet heeft het recht om tijdens liturgische plechtigheden in zijn eigen ambtsgebied het pallium te dragen. Dit is een bijzonder soort stola van schapenwol, met vijf kruisen die de wonden van Christus symboliseren. Het pallium symboliseert de verbondenheid van de metropoliet met de bisschop van Rome.

Kardinaal is een eretitel die de paus aan priesters (meestal bisschoppen) kan verlenen. Kardinalen waren in de vroege kerk de priesters en diakens van het bisdom Rome. In later eeuwen werden ook in andere landen kardinalen benoemd. Maar elke kardinaal heeft nog steeds een zogeheten ‘titelkerk’ in Rome. De kardinalen zijn de bijzondere raadgevers van de Paus. Samen met de Paus vormt het kardinalencollege het hoogste bestuur van de Rooms-Katholieke Kerk. De bijzondere positie van de kardinalen wordt ook tot uitdrukking gebracht doordat zij de nieuwe paus kiezen. Kardinaal is dus een titel en géén functie. Kardinaal Simonis behoudt zijn titel kardinaal tot aan zijn overlijden en tot zijn 80e verjaardag ook enkele bestuurstaken. De nieuwe aartsbisschop van Utrecht wordt niet automatisch óók kardinaal.

De rol van voorzitter van de bisschoppenconferentie is niet automatisch gekoppeld aan de aartsbisschop van Utrecht. Het kerkelijk wetboek (CIC 452) regelt alleen dat elke bisschoppenconferentie verplicht is om een voorzitter en een vice-voorzitter te kiezen, maar niet welk ambt deze moet bekleden.

 


Terug