Preek tijdens de ontmoetingsdag voor donateurs van de priester- en diakenopleiding Vronesteyn
Kathedrale Kerk HH Laurentius en Elisabeth, Rotterdam
19 november 2011
Broeders en zusters in Christus,
Zo mogen we elkaar noemen omdat we door de Heer tot één familie zijn uitgenodigd. Een familie van geloof, van hoop, die leeft van de liefde van God.
Bijzonder om vandaag op deze plaats samen de eucharistie te vieren met u, die donateurs bent van onze priester- en diakenopleiding. Op het eerste gehoor zou je bij een donateursdag misschien denken, nou, dan gaat het vervolgens de hele dag over onszelf, want wij zijn toch de donateurs. En dat is ook zo. Maar, allereerst richten wij onze blik op de Heer en spitsen we onze oren voor Zijn woord, want het vieren van de Eucharistie is het hoogtepunt van deze dag. Dat betekent niet dat u als donateurs uit beeld bent. Integendeel, maar ook uw steun, gebed en betrokkenheid, vindt zijn oorsprong in de betrokkenheid en verbondenheid met Christus, de Goede Herder. We mogen bidden vandaag, uit dankbaarheid dat de inzet van velen, waaronder die van u, steeds opnieuw vrucht mag dragen in ons bisdom. En tegelijkertijd bidden we ook dat de kracht van de Heilige Geest ons mag bezielen, dat de liefde voor de Heer de Goede Herder (ook in de tijd die voor ons ligt) levend mag zijn en tot nieuwe inspiratie mag leiden.
Een donateursdag is inmiddels een traditie in ons bisdom. En toch, zo gaat het ook met tradities, moet je altijd weer aan de Heer vragen om het mogelijk te maken. Nu we deze donateursdag houden en ook een aantal priester- en diakenstudenten in ons midden hebben, dan is dat om de Heer op de eerste plaats te vragen: “Zegen uw oogst en zend ons werkers in de wijngaard”. En: “Wij danken U dat U ons geroepen hebt, dat U ons bijeen brengt om een herkenbare gemeenschap te zijn onderweg met U”. Geroepen worden, dat ondervinden wij allemaal. De catechismus van de Katholieke Kerk zegt dat ieder mens door God geroepen wordt (art. 27). Geen mens is geschapen zonder bedoeling. Geen mens is gemaakt zonder bestemming. En zodra een mens in het leven stapt, is er de uitnodiging om in de dialoog te treden met God zelf. God, die in ons hart tot ons spreekt. God, die in ons geweten ons richting geeft. God, die ons wil vertroosten en sterken.
Ieder mens krijgt dus de kans om de dialoog met de Heer aan te gaan. Maar tegelijkertijd respecteert de Heer ook onze vrijheid. Als een mens zou zeggen: “Nee, dank U”, of: “ik red mezelf wel”, of: “ga alstublieft weg”, dan zal de Heer niet ons dwingen. Dat wil niet zeggen dat vrijheid betekent “het maakt niet uit wat je kiest, als je maar gelukkig bent, als je er zelf maar achter staat”. Nee, uiteindelijk verlangt de Heer dat ieder mens Hem leert kennen. Dat ieder mens ziet dat de grond van het leven God zelf is. En dat ieder mens geroepen is tot een bijzondere taak en een bijzondere opdracht. Heel bijzonder, broeders en zusters, is de Kerk van Christus een gemeenschap van geroepenen. Juist in de gemeenschap die we mogen vormen, komen we samen met vele talenten en gaven, om, naar gelang de Heer ons gegeven heeft, Hem te dienen en ons eigen antwoord te geven: in woorden en ook in daden. Geroepen worden betekent niet dat iedereen priester wordt, of iedereen diaken, of dat iedereen het klooster in gaat, of dat iedereen huwt. Maar wél dat we weten dat onze levensbestemming (in kracht van Gods Geest) altijd een levensinvulling is die opbouwt en niet afbreekt, en die de Heer voor Zijn rijk nodig heeft, en dat we zo onze talenten en gaven mogen inzetten voor de dienst aan de Heer en aan de wereld. U geeft gehoor aan de Heer om voor priesters en diakens te bidden. Ook geeft u gehoor aan de Heer door van uw gaven te geven in materiële zin, tot steun van onze opleiding. Daarnaast zijn er vele andere dingen in werken en wonen die u mag ontvangen van de Heer en geven om met Hem op weg te zijn.
Vanaf onze geboorte, broeders en zusters, is God met ons in gesprek. Wat is het geweldig dat je als mensen mag ontdekken dat God steeds opnieuw uitnodigt, dat Hij steeds opnieuw ons vraagt. En door de tijden heen mogen we ervaren dat God Zijn Kerk nooit laat vallen.
In onze gemeenschap van geroepenen hebben we bijzondere aandacht voor Maria. En terecht. Zij is bij uitstek degene die zich geroepen wist door de Heer. Toen de engel vroeg de moeder van God te worden, heeft zij gezegd met heel haar hart “mij geschiede naar Uw woord” (Lc. 1, 38) . En die roeping heeft ze op zich genomen. Haar leven is één groot antwoord op de uitnodiging van God. En we zien ook dat die roeping steeds opnieuw bevestigd wordt. En we kunnen zien hoezeer voor Maria haar leven geheel verbonden is met haar levensbestemming: de moeder des Heren te zijn.
Een roeping is nooit iets voor even tussendoor. En het antwoord op de roepstem van God is nooit iets wat je alleen in een klein deel van je leven doet. Je hele leven mag je aan God geven. Met alle facetten die er zijn. Maria liet zien dat zij met groot geloof haar taak aanvaardde. We horen hoe zij, bij het kruis, te horen kreeg van haar Zoon die stierf “zie daar uw zoon” en de Heer wees naar Johannes. En tegen Johannes zei de Heer aan het kruis “zie daar uw moeder” en zo werd Maria aan Johannes gegeven als moeder en (in het aanvoelen van de Kerk) gegeven aan de hele gemeenschap als moeder des Heren, als moeder van de Kerk. Al vrij gauw opnieuw laat zij zien dat zij ook deze taak op zich neemt. Niet alleen moeder des Heren zijn, maar ook moeder van de Kerk. Als we haar, zoals in de eerste lezing stond, zien bidden met de apostelen samen, om de komst van de Heilige Geest (Hand. 1, 14). De Geest die Maria overschaduwde bij de komst van haar Zoon. De Geest die haar bezielde om ook in moeilijke tijden het lijden van haar Zoon te dragen en de band met de Heer niet te verliezen. Het is die Geest die haar ook aanspoort om te bidden dat velen door de Heilige Geest mogen worden bezield en gesterkt.
Als we vandaag de liturgie vieren, Maria op zaterdag, dan willen we zeggen tegen de Heer: “dank U, dat U ons geroepen hebt”. Maar ook dank dat U ons Maria hebt gegeven, om te zien hoezeer U trouw bent aan degene die U roept. En hoezeer in kracht van de Geest, Maria haar roeping tot grote vrucht heeft volbracht. En zonder aarzeling zeggen we dat Maria, geroepene bij uitstek, de moeder van de Kerk, onze voorspreekster is. Zij is misschien wel de beste donateur die we hebben, als het gaat om onze priester- en diakenopleiding. De moeder van de Kerk die bidt voor de Kerk des Heren. De moeder van de Kerk, zoals het concilie zegt, die met ons als pelgrims meetrekt. En niet eerder rustig is dan dat ook wij bij de Heer gekomen zijn en de voltooiing mochten bereiken. Maria als voorbeeld, Maria als donateur bij uitstek. We vragen om haar gebed. Dat ook in onze tijd jonge mensen de roepstem mogen verstaan om priester of diaken te worden. Je hoort wel eens zeggen “ja, er zijn niet zoveel roepingen meer”. Het is veeleer dat velen de roepstem niet verstaan, niet tot een antwoord komen, niet het vertrouwen hebben om te zeggen “Heer, mij geschiede naar Uw woord. Zoals U Maria hebt bezield en nabij bent geweest, zo wilt u ieder nabij zijn die openhartig Uw roepstem wil verstaan om met heel het hart ja te zeggen”.
Vandaag bidden wij uit dankbaarheid dat u met uw gebed en met uw materiële steun de priester- en diakenopleiding ondersteunt. U staat in dezelfde beweging als Maria. Als vele heiligen, die steeds weer zeggen, ik laat mijn hart raken door het Evangelie. En mijn hart spoort mij aan om dingen te doen tot opbouw van de Kerk en tot vreugde van onze wereld. Ik vind het een grote kans dat we zo samen mogen bidden. Ook in verbondenheid met allen die donateur zijn maar niet kunnen komen, en met allen die bidden, maar waarvan wij het misschien niet weten, maar de Heer merkt het op. En vragen wij de Heer van de oogst dat Maria steeds opnieuw ons voorbeeld mag zijn. Opdat we ons laten raken door haar weg van geloof en zo durven zeggen “wat kunnen wij doen voor Gods Kerk? Wat kunnen wij doen voor Christus, de Goede Herder”? Uiteindelijk moeten we zeggen “Heer wat vraagt U dat ik in mijn leven volbreng”? Mogen we zo als gemeenschap van geroepenen ons leven baseren op de Heer. Vertrouwen op Zijn Geest. En ons verheugen op de biddende nabijheid van de moeder Gods, die met ons is, elke dag opnieuw. Als pelgrim en als voorspreekster. Als geroepene bij uitstek.
Wees gegroet Maria,
vol van genade.
De Heer is met u.
Gij zijt de gezegende onder de vrouwen
en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot.
Heilige Maria, Moeder van God,
bid voor ons zondaars,
nu en in het uur van onze dood. Amen.