‘Dé WMO’ is het afgelopen jaar een bekend begrip geworden in de Nederlandse samenleving – en zeker bij hen die actief zijn in de kerkelijke diaconie. Jan Maasen, medewerker van de sectie Dienen van Pastorale Dienstverlening, maakt de balans op na een jaar WMO.
De WMO is een leerproces
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) is nu ruim een jaar oud. Deze wet regelt het hele brede terrein van zorg, welzijn en wonen. Hoofddoel van de wet is dat mensen deelnemen aan de samenleving, of zij nu jong zijn of oud, vitaal zijn of moeten leven met een beperking. De WMO roept alle burgers op zich maatschappelijk in te zetten, bijvoorbeeld als vrijwilliger of mantelzorger. Nieuw is tevens dat de wet vooral procesvereisten bevat. Ze schrijft niet inhoudelijk voor wat gemeenten moeten doen, alleen hoe ze het moeten doen.
Leerproces
Bij de invoering van de WMO hebben de gemeenten zich allereerst beziggehouden met de inrichting van het lokale WMO-loket en met het ontwikkelen van beleid rond de hulp bij het huishouden. De problemen rond de thuiszorg, zowel voor mensen die deze hulp behoeven als voor de instellingen die de zorg leveren, hebben veelvuldig het nieuws gehaald. Maar de wet is veel breder dan alleen thuiszorg. Voor 1 januari 2008 heeft elke gemeente een beleidsplan moeten opstellen, waarin zij haar visie op de maatschappelijke ondersteuning presenteert en per sector aangeeft welke doelen zij in de komende vier jaar wil bereiken. De gemeente was daarbij verplicht om burgers en belanghebbenden bij de opstelling van dit plan te betrekken. Hoe zij dat deed en of zij daarvoor ook de plaatselijke kerken expliciet benaderde, verschilde per gemeente.
Veel onderdelen van de WMO zijn nieuw voor het gemeentelijk apparaat. Dat betreft zowel een aantal inhouden (prestatievelden) en de samenhang daartussen, als de rol van de gemeente, die immer de regio moet gaan voeren. Ook nieuw is de omgang met de procesvereisten. Het samenspel tussen gemeenten, zorg- en welzijnsinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgerinitiatieven verloopt niet vanzelf vlekkeloos vanaf het begin, maar moet ook geleerd worden.
Kansen voor kerken
Dat geldt ook voor de kerken. Ik zie een groot verschil tussen lokale kerkgemeenschappen in hun bewustzijn van en betrokkenheid bij de WMO. Sommige diaconale werkgroepen en PCI-en (de parochiële Charistas-instellingen) zijn zich al tijden bewust van de komst van de WMO en hebben zich hierop terdege ingewerkt. Voor andere is het nog een volstrekt nieuwe materie. Wat ook nog wel eens verschilt, is de mate van interkerkelijke samenwerking. Waar al een overlegstructuur of samenwerking op diaconaal vlak bestond, kon de WMO gemakkelijk worden ingebracht door een van de partners en konden de kerken snel gezamenlijk reageren. Waar die structuur niet bestond, is de WMO soms aanleiding geweest voor meer contact en samenwerking tussen kerken. In het afgelopen jaar zijn in verschillende gemeenten interkerkelijke diaconale platforms of WMO-platforms opgericht.
Vier rollen
Parochies kunnen op verschillende manieren betrokken zijn bij de WMO. Ze kunnen voorlichting geven over de WMO of onderdelen daarvan (bijvoorbeeld mantelzorg) aan eigen parochianen en leden van bezoekgroepen en wijkcontactpersonen. Ze kunnen meedoen aan het ontwikkelen van gemeentelijk beleid via deelname aan een WMO-adviesraad of andere vormen van burgerparticipatie. Ze kunnen zelf zorgaanbieder zijn op een van de prestatievelden van de WMO door diaconale projecten uit te voeren. En ze kunnen als vrijwilligersorganisatie zelf doelgroep zijn van WMO-beleid door gebruik te maken van het trainingsaanbod van de gemeente in het kader van het vrijwilligersbeleid.
Website en regiobijeenkomsten
Om lokale kerkgemeenschappen meer te betrekken bij de WMO, heeft het Ministerie van VWS subsidie ter beschikking gesteld aan het ACTA-project. In ACTA werken de stichting HiP (Hulp in de Praktijk), de NPV (Nederlandse Patiënten Vereniging) en een aantal kerken nauw samen.
Als eerste onderdeel van het ACTA-project werd op 31 oktober 2007 de website www.kerkenwmo.nl gelanceerd. Deze website moet zich ontwikkelen tot hét informatieplein voor christelijke vrijwilligers en lokale beleidsmakers. Op de website staat een eenvoudige test naar type kerk, diaconaal project of burgerlijke gemeente. Op grond daarvan krijg de bezoeker een aantal passende voorbeeldprojecten gepresenteerd. Die projecten zullen in de loop der tijd worden aangevuld met nieuwe praktijkvoorbeelden. Onder de knop “kennis & praktijk” kun je een keur van praktische handreikingen vinden, net als digitale dossiers, publicaties en onderzoek op het gebied van kerken en WMO.
Het tweede onderdeel is een serie regiobijeenkomsten, die lopen tot en met april 2008. In Zuid-Holland zijn het afgelopen anderhalf jaar al twee provinciale interkerkelijke bijeenkomsten over de WMO gehouden, op initiatief van het bisdom Rotterdam; andere regio’s kenden niet zo’n traditie. Op maandagavond 3 maart zullen we samen met de PKN en ACTA een (derde) regiobijeenkomst organiseren in het Ontmoetingscentrum in Nieuwerkerk aan den IJssel. Naast een algemene inleiding van een wethouder en informatie over de website, zullen we twee rondes workshops bieden met de volgende onderdelen:
- Het M25-project in Delft als middel om jongeren te laten kennis maken met diaconaal vrijwilligerswerk
- De ervaringen van een kerkelijk vertegenwoordiger in een WMO-adviesraad
- Een project dat het alcoholgebruik door jongeren op Goeree-Overflakkee wil bestrijden; de kerken zijn bij het project betrokken
- Doorpraten met de wethouder
Belangstellenden voor deze bijeenkomst kunnen zich aanmelden via de website www.kerkenwmo.nl of bij HiP, T: 0346 – 330883. Aanvang: 19.30 uur.
De WMO is een leerproces. Gaandeweg kunnen parochies ook leren hoe zij als maatschappelijke organisatie actief kunnen participeren in de lokale samenleving.
Jan Maasen
Pastorale Dienstverlening, sectie Dienen
Nieuw Bulletin gewijd aan WMO
Een dezer dagen verschijnt een bulletin van de Pastorale Dienstverlening met als titel: “WMO: kansen voor parochies”. Burgemeester Bandell van Dordrecht, een van de mensen die bijdragen aan dit bulletin, wijst er op dat maatschappelijke ondersteuning echt een zaak voor de kerken is. ‘Ga aan de slag en kijk in hoeverre je anderen daarbij kunt betrekken’, is één van zijn adviezen.
Twee onderwerpen worden in het bulletin nader uitgewerkt: mantelzorg als de onbetaalde zorg voor een partner, familie, vrienden of buren die meer is dan incidenteel een handje helpen, en burgerparticipatie als de bijdrage van een parochie aan het ontwikkelen van gemeentelijk WMO-beleid. Beide onderwerpen worden eerst theoretisch ingeleid. Hoofdmoot vormen de praktische ervaringen van parochies in het bisdom Breda voor wat betreft de mantelzorg en van de parochies in de federatie De Doortocht voor de burgerparticipatie. De parochies zien de WMO als dé kans voor de kerken om in contact te komen met de maatschappij.
Het bulletin is te bestellen bij de Pastorale Dienstverlening. Prijs: 1,50 euro.
E: pastoraledienstverlening@bisdomrotterdam.nl