Eerste encycliek paus Leo: “Beschaving van liefde” in het digitale tijdperk
De encycliek gaat over de sociale leer van de Kerk, kunstmatige intelligentie en menselijke waardigheid
Op 25 mei verscheen de eerste encycliek van paus Leo XIV: “Magnifica humanitas: over de bescherming van de mens in het tijdperk van kunstmatige intelligentie”. De encycliek gaat over de sociale leer van de Kerk, kunstmatige intelligentie en menselijke waardigheid.
Elke generatie heeft de verantwoordelijkheid om een rechtvaardige en menselijke samenleving op te bouwen, schrijft paus Leo XIV in de inleiding van zijn encycliek: “Magnifica humanitas”. Tegelijk loopt iedere generatie het risico juist meer ongelijkheid en onmenselijkheid te veroorzaken.
Daarom brengt de paus de principes van de sociale leer van de Kerk opnieuw onder de aandacht. Hij spreekt het vertrouwen uit “dat elke oprechte menselijke poging om met Christus samen te werken ten behoeve van het goede gezegend zal worden door onze hemelse Vader, op wie wij onze hoop vestigen”.
De sociale leer van de Kerk, waarvoor paus Leo XIII met de encycliek Rerum Novarum (1891) de basis legde, helpt maatschappelijke vraagstukken te beoordelen in het licht van het Evangelie en samen naar oplossingen te zoeken.
De huidige tijd wordt gekenmerkt door de snelle ontwikkeling van moderne technologieën zoals digitalisering, kunstmatige intelligentie en robotica. Volgens paus Leo kunnen deze veel goeds brengen - zoals betere gezondheidszorg, onderwijs en bescherming van de aarde - maar ook leiden tot verdeeldheid, uitsluiting en nieuwe vormen van onrecht. Technologie is daarom nooit volledig neutraal. Zij weerspiegelt de waarden van degenen die haar ontwikkelen en gebruiken.
“Cruciale vragen dringen zich aan ons op.”
“Cruciale vragen dringen zich aan ons geweten op en kunnen niet langer worden ontweken”, zegt de paus. “Waar gaan we heen? Op welk doel willen we ons richten? Welke richting moeten we als mensen en als menselijke gemeenschap inslaan?”
Hij roept op kritisch na te denken over de richting waarin de mensheid zich ontwikkelt. Daarbij beschrijft hij de sociale leer van de Kerk als “een proces van gezamenlijk onderscheidingsvermogen”.
Vervolgens gaat hij in op de grondbeginselen van de sociale leer van de Kerk: het algemeen welzijn, de universele bestemming van goederen, subsidiariteit, solidariteit en sociale rechtvaardigheid. “Deze zullen ons helpen de ‘nieuwe ontwikkelingen’ van onze tijd te interpreteren, met name in het licht van de inherente waardigheid van de menselijke persoon”, aldus de paus.
Mensen zijn geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God (vgl. Gen. 1, 26-27). “De menselijke waardigheid hangt [daarom] niet af van iemands bekwaamheden, rijkdom of positie in het leven, noch van de juiste of verkeerde keuzes die hij maakt. Zij is een gave die aan alles voorafgaat en alles overstijgt, door God geschonken als uitdrukking van zijn onfeilbare liefde.”
De paus spreekt over waarheid als “een gemeenschappelijk goed”, over de waardigheid van arbeid en over het belang van vrijheid in een digitale samenleving: mensen mogen niet afhankelijk of uitgebuit worden door technologie en commercie.
Over waarheid waarschuwt hij dat digitale platforms en kunstmatige intelligentie grote invloed hebben op publieke en politieke communicatie. Technologieën die bedoeld zijn om dialoog en participatie te bevorderen, worden vaak gebruikt om misleidende verhalen te verspreiden en het onderscheid tussen waarheid en onwaarheid te vervagen. AI versterkt zo de verspreiding van desinformatie.
De zoektocht naar waarheid is volgens de paus essentieel voor een gezonde democratie. Democratie draait niet alleen om regels en procedures, maar ook om gedeeld respect voor feiten en een gezamenlijke inzet voor het algemeen welzijn.
Ook benadrukt hij het belang van arbeid binnen de sociale leer van de Kerk. Werk is niet alleen een middel om geld te verdienen. Door te werken dragen mensen bij aan de samenleving, ondersteunen zij hun gezin, ontwikkelen zij hun talenten en leren zij samen te werken met anderen. Werk helpt mensen mee te bouwen aan de wereld en aan het algemeen welzijn.
Waar het gaat om technologie en commercie in relatie tot menselijke vrijheid wijst de paus op moderne vormen van slavernij. “Niets in de wereld van AI is onbelangrijk of magisch”, schrijft hij. “Elk antwoord dat op het eerste gezicht direct en foutloos lijkt, is het resultaat van een lange reeks tussenstappen, waarbij uitgebreide netwerken van natuurlijke hulpbronnen, energie-infrastructuur en bovenal mensen betrokken zijn.”
“Een aanzienlijk deel van het functioneren van de digitale economie is afhankelijk van het stille werk van miljoenen mensen die zich bezighouden met essentiële maar grotendeels onzichtbare activiteiten, zoals het labelen van gegevens, het trainen van modellen en het modereren van content, waarbij vaak verontrustend materiaal aan bod komt.”
“In veel gevallen gaat het om jonge mensen, voornamelijk vrouwen, die onder zware omstandigheden werken voor een minimaal loon. Daarnaast is er het zware werk van het winnen van de grondstoffen die nodig zijn voor de productie van apparaten en microprocessors waarop AI steunt. De strijd tegen nieuwe vormen van slavernij vormt een cruciale test voor het ethisch inzicht in AI en de digitale transformatie.”
“Denk niet dat de problemen te groot zijn en wij te klein, en dat onze keuzes geen verschil kunnen maken.”
Ook gaat paus Leo in op kunstmatige intelligentie en oorlog. Hij verwijst naar paus Paulus VI, die tijdens de Koude Oorlog sprak over een “beschaving van liefde”, in een tijd van wapenwedloop en politieke spanningen. Volgens paus Leo is die visie vandaag opnieuw noodzakelijk.
“De beschaving van de liefde is geen naïeve utopie, maar een veeleisend project dat erop neerkomt naastenliefde om te zetten in structuren van rechtvaardigheid, broederschap een institutionele vorm te geven en anderen - of het nu individuen of volkeren zijn - te beschouwen als bondgenoten die onmisbaar zijn voor het tot stand brengen van het algemeen welzijn.”
Denken “dat de problemen te groot zijn en wij te klein, en dat onze keuzes daarom geen verschil kunnen maken” noemt paus Leo “een subtiele verleiding” en “een beleefde vorm van berusting, vaak vermomd als realisme”.
“Het is zeker zo dat niet iedereen evenveel invloed heeft om een verschil te maken”, zegt hij. “Er zijn mensen die regeren, investeringsbeslissingen nemen, instellingen leiden, onderzoek doen, onderwijs geven, informatie produceren of verspreiden, en er zijn mensen die ogenschijnlijk alleen hun dagelijkse leven leiden. Toch draagt iedereen verantwoordelijkheid.”
“We hebben allemaal ons eigen werkterrein, en juist daar - en nergens anders - moeten we kiezen of we de mentaliteit van geweld willen aanwakkeren, al is het maar door onverschilligheid, cynisme, leugens of haat, of dat we de mentaliteit van vrede willen bevorderen, met waarheid, gematigdheid, verbondenheid en zorgzaamheid.”
Paus Leo verwijst daarbij naar de woorden van Jezus op Paaszondag: “Vrede zij met u!” “Met deze woorden heb ik de Kerk en de wereld begroet op de dag van mijn verkiezing tot opvolger van Petrus”, schrijft hij. “Ik wil ze nu herhalen en iedereen uitnodigen om voor deze gave te bidden. Laten we nooit ophouden te bidden voor vrede en ons te blijven inzetten om die vrede te verwezenlijken in onze onderlinge relaties en in de samenleving.”
Aan het einde van zijn encycliek benadrukt de paus nogmaals: “In Christus worden wij geroepen mee te werken aan het scheppingswerk, in plaats van onverschillige toeschouwers te zijn van technologische processen die onze vrijheid en verantwoordelijkheid beperken.”
(Bron: katholiekleven.nl)