Algemeen nieuws

Priesterwijding: Interview met Eli Stok

Door: Bisdom maandag 29 mei 2017

Diakenwijding van Eli Stok (1 oktober 2016) voorafgaand aan de priesterwijding op 10 juni 2017. (Foto: Peter van Mulken)

Op zaterdag 10 juni zal Mgr. Van den Hende door handoplegging en gebed Eli Stok (27) tot priester wijden voor het bisdom Rotterdam. De wijding vindt plaats in de kathedraal van Rotterdam tijdens een plechtige eucharistieviering, die begint om 11.00 uur.

Hoe is het om priester te worden in deze tijd? “Ik ben opgegroeid als lid van de Gereformeerde Gemeenten. Toen ik me oriënteerde op de Katholieke Kerk had ik als 16-jarige een bepaald beeld van het priesterschap in mijn hoofd. Ik kreeg het mee, zoals het enkele decennia geleden ook bestond en functioneerde. Enerzijds de priester als dorpspastoor, als persoon dichtbij de mensen. En anderzijds de priester als iemand die spreekt over het eeuwig heil, en die algemeen wordt erkend als een vertegenwoordiger van God op aarde. Mensen zien tegenwoordig in een priester nog steeds een aanspreekpunt, iemand die met de Kerk te maken heeft. Maar de vanzelfsprekende link met God, de priester als stem van God op aarde, is veranderd. Die dimensie klinkt minder mee in de pastorale contacten die je hebt.”

“Als je spreekt met oudere mensen vertellen zij wel eens dat de priester vroeger op een voetstuk stond. Het is belangrijk om nederig te blijven en bij jezelf te blijven. Je wel bewust te zijn dat je een zending hebt, maar weten dat het begint met het feit dat je het geloof deelt. Je bent samen christen en ondersteunt elkaar daarin.”

Het motto voor de priesterwijding is een tekst uit het evangelie dat bij de wijding wordt gelezen: “Gelukkig de dienaars, die de heer bij zijn komst wakende zal vinden” (Lucas 12, 37). Eli: “We moeten niet de ijver en de waakzaamheid verliezen en bewust bezig blijven met het goede werk voor de Heer. Dat wil zeggen als priester mensen bij God brengen door te luisteren en te helpen antwoorden te vinden, door het evangelie aan te reiken en de sacramenten te vieren, door mensen te verwelkomen in de Kerk en te begeleiden.”

"Het gaat er in het geloof om dat je vertrouwt op God. En daar hoef je niet bijzonder religieus of gevoelig voor te zijn, omdat God degene is die altijd op zoek is naar jou."

“De eucharistie is zeker belangrijk geweest als het gaat om mijn roeping tot de Katholieke Kerk. De liturgie van het woord werd de voorbereiding op het zijn in de aanwezigheid van de Heer, op het Hem ontvangen. Door het vieren van de eucharistie realiseer je je dat het belangrijkste dat je te geven hebt niet je eigen gedachten en theorieën zijn. Maar dat dit de aanwezigheid van de Heer zelf is.”

Die aanwezigheid gaat aan ons vooraf. “Zowel de eucharistie als ook de spirituele traditie van de Kerk reiken dat aan. Johannes van het Kruis zegt bijvoorbeeld, dat wat er in de stilte gebeurt wezenlijk is ook als het voorbij gaat aan wat je er zelf bij voelt of ervaart. God is vaak met je bezig op een manier die je zelf niet voelt of ervaart. Je moet wat dat betreft niet te hoge verwachtingen hebben van je eigen gevoel, of van je eigen gedachten, maar je kunt erop vertrouwen dat God met je bezig is. De stilte is dus vaak al genoeg, niet zozeer om God te vinden, maar om je te laten vinden door God. Het laatste is waar het om gaat. Als mensen het hebben over God zoeken of vinden, klinkt dat als iets dat jíj bereikt: toen heb ik God gevonden en dat ging op die en die manier.”

Wanneer heeft God jou gevonden? “Een heel belangrijk moment was toen ik vijftien was en een boek las van een protestantse schrijver die uitlegde dat je jezelf niet waardig hoeft te voelen of eerst iets bijzonders moet ervaren of doormaken als het gaat om de vraag ‘wil God iets met mij?’ Het gaat er in het geloof om dat je vertrouwt op God. En daar hoef je niet bijzonder religieus of gevoelig voor te zijn, omdat God degene is die altijd op zoek is naar jou. Je hoeft alleen maar antwoord te geven. Toen ik dat las, had ik ervaring van grote dankbaarheid, omdat ik me dat nog nooit zo had gerealiseerd en ik toch onbewust aan het afwachten was, aan het wachten was op zo’n bijzondere ervaring om een soort van religieus mens te worden. Gek genoeg voel ik me in die zin nog steeds niet zo heel religieus. Die ervaring van toen, die dankbaarheid, neem ik met me mee. Die blijft bij me, omdat het een bevrijding was: eigenlijk wordt er helemaal niet zoveel van me verwacht, tenminste geen onmogelijke dingen. En ik hoef niet een bepaald type mens te zijn om een band te hebben met God. En dan is de rest alleen maar dankjewel zeggen.”

“Wanneer God mij nu vindt? In de stilte, dat wil zeggen tijd die ik vrijmaak voor God. Ik word me er steeds meer van bewust dat het nodig is om die stilte op te blijven zoeken, om echt mezelf te kunnen zijn en de band met God goed te bewaren. Als het gaat om de vraag ‘waar vindt God mij nu’ denk ik dat Hij me ook wel vindt in de dingen waar ik mee bezig ben. Maar dat er een soort ‘innerlijk heiligdom’ is, waar Hij me ook verwacht. Waar Hij op me wacht.”