Inspiratie

‘Maak ruimte en tijd voor gebed in parochies en gemeenten’

Door: Bisdom vrijdag 22 december 2017

Broeder Thomas Quartier osb spreekt over gebed vanuit monastiek perspectief. (Foto: Peter van Mulken)

De eerste bijeenkomst in het Jaar van Gebed is oecumenisch

In Centrum Vronesteyn te Voorburg vond op vrijdag 15 december de bijeenkomst plaats ‘Bidden in de rooms-katholieke en protestantse traditie.’ Het was de eerste bijeenkomst in het Jaar van Gebed dat het bisdom Rotterdam houdt van de Advent 2017 tot de Advent 2018. Na de Kerst, begin 2018, zal hiervoor een jaarprogramma worden uitgebracht.

Bisschoppelijk gedelegeerde voor de oecumene, dr. Frits Vermeulen, opent de bijeenkomst, die met ongeveer zestig deelnemers van verschillende denominaties een echte oecumenische ontmoeting is. Voordat de twee sprekers van de middag, broeder Thomas Quartier osb en ds Arjan Plaisier, het woord krijgen, schetst Mgr. Van den Hende de achtergrond en doelen van het Jaar van Gebed.

“Ik ben dankbaar voor deze oecumenisch setting als activiteit in het Jaar van Gebed”, vertelt de bisschop. “Toen het bisdom in 2016 zestig jaar bestond hebben we stilgestaan bij de Kerk als netwerk. Bij ‘netwerk’ denk je misschien snel aan mobieltjes of aan recepties met een glas wijn. Maar de Kerk als netwerk van liefde wil zich verbinden met Christus, is er niet voor zichzelf, maar om samen te bouwen aan een beschaving van liefde, waarin het evangelie van de eerbied voor het leven en de waardigheid van de mens tot uiting komen. We moeten ons voeden met gebed, want een netwerk zonder bidden, wordt al gauw een activiteitenkoepel, waarin we van alles doen en kunnen. We moeten al die activiteiten, die we ondernemen met alle fierheid, blijven verbinden met de Heer.”

“Dit is een ‘copernicaanse wending’ die zich elke dag moet voltrekken.”

Broeder Thomas Quartier osb, monnik van de Sint-Willibrordsabdij te Doetinchem, spreekt over de gebedsspiritualiteit vanuit monastiek perspectief. Hij begint zijn inleiding met het zingen van psalm 65 en zal later ook in de vespers voorzingen. De monniken van de Sint-Willibrordsabdij verwelkomen veel gasten van verschillende christelijke denominaties en ook veel agnosten. Hij spreekt over de ‘lex orandi’: de wetmatigheid en de structuur van het bidden en over gebed als een “fundamentele menselijke behoefte, bijna zoals ademhalen, die alle mensen verbindt.”

Het kloosterleven is gestructureerd rondom het getijdengebed. “Het gebed is de kern van wat je doet en het andere voegt zich daarnaar. Dat is een ‘copernicaanse wending’ die zich elke dag moet voltrekken.” Dat dit niet altijd vanzelf gaat of makkelijk is, ervaren ook de monniken. “Monniken hebben dezelfde ervaring als anderen, maar zijn geroepen die ruimte te bewaken. Hopelijk zijn onze ervaringen een spiegel voor iedereen, los van je denominatie of je leefomstandigheden. Stel je de vraag: wat is het middelpunt van mijn leven, waarvoor ik alles laat liggen. Is dat het gebed?” Ook in parochies en gemeenten is het van belang ruimte en tijd voor gebed in te richten. In het gebed kunnen we de aanwezigheid van God ervaren. Het gebed is bron van geloof. Actie en contemplatie horen bij elkaar: “Actie, die zoveel nadruk krijgt in onze parochies en gemeenten, is liefde, maar kan alleen maar bestaan als er ook de liefde is die zich naar binnen keert, contemplatie.”

Ds Arjan Plaisier: “Zo wordt bidden een werk, waardoor je uiteindelijk gezegend wordt.” (Foto: Peter van Mulken)

Daarna spreekt ds Arjan Plaisier over bidden in de protestantse traditie. De voormalige scriba van de Protestantse Kerk in Nederland is nu predikant in Apeldoorn en universitair docent Spiritualiteit. “Spreken tot God in het vertrouwen dat Hij je hoort en bij je is, is een moeilijk te volbrengen iets voor veel mensen vandaag de dag”, constateert hij. Als gelovigen zijn wij een biddende gemeenschap de eeuwen door. “We hebben het bidden van Jezus geleerd. Bidden is ook een van de sterkste middelen van geloofsoverdracht.”

Ds Plaisier spreekt aan de hand van een gebedsboekje van Luther uit 1535 (‘Hoe men bidden moet, brief voor meester Peter Barbier’) over het formuliergebed en het vrije gebed. Formuliergebeden zijn gebeden die worden aangereikt en waarvan de tekst vastligt, zoals het Onze Vader. Bij het vrije gebed bid je in je eigen woorden. “Maar wat bid je dan en hoe gaat dat innerlijke gebed, waartoe bijvoorbeeld ook Theresia van Ávila, tijdgenote van Luther, aanspoorde?” In de pastorale praktijk ligt daar een uitdaging, “want wat als je nooit hebt leren bidden?” Ook pleit hij voor ruimte om te bidden. “Ons huis is druk en social media leiden ons af, zelfs als we daar een gebedstekst op binnen laten komen. Er zijn ruimtes nodig, waar het ochtendgebed en het avondgebed in ere worden hersteld.”

Het gebed zelf is ook een plaats. Ds Plaisier: “Het gebed is een plaats, waar je een leven lang oefent in heiliging, waar je het kwaad leert afzweren en ruimte leert scheppen voor de vruchten van de Geest. Dan wordt bidden niet een ‘off-moment’ in de zin van: even rust. Maar een werk, waardoor je uiteindelijk gezegend wordt.”

In een korte vragenronde komen de formuliergebeden en vrije gebeden nogmaals ter sprake. Het onderscheid is misschien niet zo strikt, stelt een van de deelnemers: “Vaste gebedsteksten zoals psalmen, die je uit je hoofd kent, worden op een gegeven moment omrankt met je eigen gebeden.”

De bijeenkomst wordt afgesloten met het gezamenlijk bidden van de vespers.

Deel dit item

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsupdate en mis niets.

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsupdate en mis niets.

Aanmelding aan het verwerken
Er is iets fout gegaan bij het aanmelden
Bedankt voor je aanmelding