Vitaliteitstoets brengt beweging in parochies
Parochies krijgen meer zicht op hun kracht, uitdagingen en missionaire opdracht
Foto’s: Bisdom Rotterdam
Alle territoriale parochies in het bisdom Rotterdam zijn gevraagd om de Vitaliteitstoets van het bisdom in te vullen. De Vitaliteitstoets werd uitgewerkt door het bisdom als een nieuw instrument (2022) om vitaliteit te toetsen en volgt op het proces van ‘Samenwerking Geboden’ (SG 1 in 1997; SG 2 in 2007).
Met de Vitaliteitstoets van het bisdom brengen parochies in kaart hoe zij ervoor staan op het gebied van zes beleidsterreinen, met het geloof voorop. Bisschop Van den Hende en Lizzy Beenhakker waren gevraagd om hierover een toelichting te geven tijdens het festival ‘Amen. En nu’ in Antwerpen op 30 mei. Lizzy Beenhakker is projectmedewerker parochievitaliteit. Zij ondersteunt parochies bij het invullen van de Vitaliteitstoets.
Bisschop Van den Hende vertelt over de uitgangspunten en het doel van de Vitaliteitstoets. “Je moet kijken naar mensen en middelen, maar op de eerste plaats komt het geloof in Jezus Christus: de blijde boodschap beleven en verspreiden”, zegt hij. “Dat is het allerbelangrijkste.” De bisschop benadrukt dat het bisdom wordt opgebouwd door parochies. “We zijn niet een bisdom dat in parochies is ‘ingedeeld’, maar het bisdom is ‘opgebouwd’ uit parochies.”
Het invullen van de Vitaliteitstoets gebeurt gezamenlijk door parochiebestuur, pastoraal team en mensen uit de parochiekernen. “Er wordt intensief met elkaar gesproken en samengewerkt aan de hand van de Vitaliteitstoets”, zegt de bisschop. De Vitaliteitstoets is zodoende een synodaal proces.
Onderdeel daarvan is een afrondend gesprek met de bisdomstaf. Dat gesprek is geen beoordeling van gebouwen of locaties, benadrukt de bisschop, maar een moment om eerlijk vast te stellen hoe de parochie ervoor staat. Parochies zijn niet hetzelfde. Het is belangrijk om de verschillende concrete situaties van parochies voor ogen te hebben. Dat is een kwestie van maatwerk.
“Het bisdom, opgebouwd uit verschillende parochies, vormt een ‘netwerk van liefde’”, vervolgt de bisschop. Hij verwijst daarmee naar paus Paulus VI, die zei dat christenen in de wereld moeten werken aan een beschaving van liefde vanuit de waarden van het evangelie. “Naarmate die waarden zichtbaar worden, komen ook de contouren van het Koninkrijk van God in beeld. Dat is een grote ambitie, maar we moeten onze ambitie niet te klein maken.”
“Een netwerk van liefde wil zeggen dat we die opdracht samen uitvoeren.” Daarbij is de missie van de Kerk richtinggevend. “In een veranderende maatschappij kun je je afvragen: waar richten we ons op? Dan is het goed om de basis opnieuw te benoemen: we vieren het geloof (liturgie en gebed), we leren het geloof (catechese en getuigenis), en we leven het geloof in concrete daden van liefde. Zo brengen we Christus ter sprake en het evangelie tot leven.”
De Vitaliteitstoets is een ‘selfie’ die parochies maken. Lizzy Beenhakker legt uit dat de Vitaliteitstoets zes beleidsterreinen onderzoekt: geloof, pastoraat, personeel en vrijwilligers, financiën, gebouwen en begraafplaatsen, bestuur en beheer. De vragen zijn zowel kwantitatief als kwalitatief en worden aangevuld met verdiepingsvragen. Het doel is een zo reëel mogelijk beeld van de parochie te krijgen.
In de praktijk blijkt dat veel activiteiten zichtbaarder worden door het proces. Vrijwilligerswerk, diaconale initiatieven en lokale activiteiten blijken vaak bekend binnen de eigen geloofsgemeenschap, maar niet altijd op parochieniveau. De toets helpt om die informatie bijeen te brengen, laat de noodzaak zien om over de muren van de eigen parochiekernen te kijken en bevordert de samenwerking tussen verschillende geloofsgemeenschappen.
Lizzy Beenhakker legt uit hoe parochies het invullen van de toets organiseren met een projectteam. “Wij adviseren: probeer daarvoor mensen te vinden uit verschillende geloofsgemeenschappen en vraag ook nieuwe betrokkenen, zoals doopouders of ouders van communicanten.” Daarnaast is een procesbegeleider nodig die de voortgang bewaakt, de terugkoppeling organiseert en de gegevens verzamelt. Lizzy laat aan de hand van een geanonimiseerd voorbeeld zien hoe een parochie in het bisdom het proces van de Vitaliteitstoets doorliep.
De praktijk laat zien dat parochies te maken hebben met afnemende aantallen mensen en middelen. Maar ook blijkt dat de Vitaliteitstoets een concrete ervaring is met synodaliteit, dat generaties in parochies elkaars tochtgenoot zijn en het missionaire bewustzijn groeit. Een van de parochies gaf aan: “De Vitaliteitstoets biedt ons de gelegenheid om met hernieuwde aandacht te kijken naar wie wij zijn, waar wij staan en waar wij samen naartoe willen groeien.” Een andere parochie ervaarde het proces als “intens, inspirerend en vertrouwenwekkend”.
De bisschop vertelt dat parochies regelmatig vroegen hoe zij verder kunnen na het invullen van de toets. “De eerste parochies hebben we gevraagd om het enthousiasme vast te houden, maar ook om te wachten tot meer parochies dit proces hadden doorlopen, zodat we samen verder kunnen.”
“In overleg met de Priesterraad is ervoor gekozen om in de volgende fase bijzondere aandacht te geven aan de zondag”, zegt de bisschop. “Als we weten dat we een opdracht hebben in het vieren, in het dienen en in het leren, kunnen we er dan voor zorgen dat de zondag daarin een prominente rol speelt?”
“Mensen die op zondag naar de kerk komen, doen dat bewust. Daarom willen we de zondag opnieuw ontdekken als de eerste dag van de week. In het evangelie zien we dat Jezus is verrezen op de eerste dag van de week. De zondag is daarom de dag bij uitstek om samen te komen, te vieren, over het geloof te spreken, elkaar te ontmoeten, en om diaconaal aanwezig te zijn”, aldus de bisschop.
In het jubileumjaar gaan enkele projectmedewerkers daarom als ‘ambassadeurs’ in gesprek met pastorale teams en vrijwilligers over manieren om liturgie, catechese en diaconie verder te versterken.
Aan het einde van de workshop beantwoorden de bisschop en Lizzy Beenhakker vragen van deelnemers. Op de vraag of de resultaten van de Vitaliteitstoets verrassingen opleveren, antwoordt de bisschop bevestigend. “We zien een beweging ontstaan. De wisselwerking en wederkerigheid binnen parochies groeien sterker dan verwacht.”