Hein Steneker neemt afscheid van het bisdom

Geloof dat inspireert: kerkopbouw en maatschappelijk engagement
image

Foto: Bisdom Rotterdam

Op donderdag 29 januari had Hein Steneker zijn laatste werkdag bij het bisdom. Per 1 mei gaat hij met pensioen. Hein blikt terug op een lange tijd bij het bisdom Rotterdam, waar hij in 1993 begon als kerkelijk opbouwwerker in het toenmalige dekenaat Rotterdam.

Kerksluiting en kerkopbouw

Zijn eerste werkdag staat hem nog helder voor de geest. “Op 1 maart 1993 sprak ik ’s middags al met pastoor Chris Bergs over het sluiten van een van de kerken in Hoogvliet. Dat typeert eigenlijk mijn loopbaan: kerken die gesloten werden, parochies die fuseerden en processen waarin parochianen begeleid werden naar een nieuwe plek.”

Hoe verbind je kerksluiting met kerkopbouw? “Als het aantal parochianen afneemt en de inzet die zij kunnen hebben voor het vieren, de catechese en diaconale acties, is het verstandig om activiteiten te concentreren op minder locaties,” legt hij uit. “Dat is pijnlijk, want een kerksluiting brengt verdriet en rouw met zich mee. Mijn rol zag ik altijd als pastoraal begeleider: mensen helpen om, ondanks die pijn, de kracht te vinden om ergens opnieuw te beginnen.”

Dat lukte niet altijd, erkent hij, “maar vaak wel”. Essentieel vond hij het dat mensen niet zomaar aansloten bij een reeds bestaande geloofsgemeenschap. “Het ging om echt integreren. Door de komst van een nieuwe groep ontstaat er feitelijk een nieuwe gemeenschap. Dan stel je samen opnieuw de vragen: hoe geven we het pastoraat vorm, hoe vieren we, wat vinden we belangrijk als het gaat om diaconie?” Ook voorwerpen uit gesloten kerken kregen bewust een plek in de nieuwe locaties. “Zo begin je samen opnieuw.”

Missionaire parochies

In 2004 maakte hij de overstap naar het diocesaan pastoraal centrum (DPC), de latere pastorale dienstverlening van het bisdom. Daar hield hij zich onder meer bezig met de inhoudelijke en organisatorische vernieuwing van de pastorale school. “Die ging van een tweejarige opleiding naar een modulair systeem. In parochies werden ook contactpersonen aangesteld die deelnemers en programma met elkaar verbonden. Met hen deed ik de intakes.”

In diezelfde periode hield hij zich bezig met de vraag hoe parochies meer missionair konden zijn. “Dat was toen nog helemaal geen vanzelfsprekend thema.” Ziet hij overeenkomsten met nu? “Zeker. Missionair zijn staat vandaag volop in de belangstelling. Toen waren er vooral pauselijke aanzetten die opriepen om als Kerk naar buiten te treden. Sommigen zagen dat vooral diaconaal, maar het gaat net zo goed over liturgie en catechese.”

Hein noemt initiatieven zoals Alpha-cursussen als voorbeeld. “Parochies die mensen welkom heten, hen laten kennismaken met het evangelie en met de Kerk. Het was mooi om met parochies in gesprek te zijn over waar zij stonden op het missionaire veld, en waar ze naartoe wilden, wat ze meer of anders zouden willen doen.”

Van 2004 tot 2013 werkte hij voltijds als kerkopbouwwerker voor het bisdom. Daarna koos hij bewust voor een combinatie met het wijkpastoraat. “Ik was graag weer ter plekke inhoudelijk met pastoraat bezig.” Hij werkte onder meer in Rotterdam-Zuid, in de wijk Bloemhof, met mensen aan de onderkant van de samenleving: kerkelijk en niet-kerkelijk, van verschillende nationaliteiten. “Dat was in kerkelijk oecumenisch verband. Maar de plek werd steeds seculierder met minder ruimte voor christelijke activiteiten. Toen heb ik de overstap gemaakt naar Charlois en later naar Delfshaven.”

Geloof als inspiratiebron

Hoe belangrijk is de kerkelijke bedding voor hem persoonlijk? “Mijn geloof is mijn belangrijkste inspiratiebron om maatschappelijk betrokken te zijn. Die bron moet gevoed blijven worden.” Hij groeide op in een katholiek gezin. “Mijn vader was echt katholiek, naar de kerk gaan hoorde erbij. In mijn puberteit verzette ik me daartegen.” Een keerpunt kwam met de Pax Christi-voettochten die in die tijd werden georganiseerd.

“Dat waren tochten die een sterk vormend karakter hadden. En er deden wel tweeduizend jongeren aan mee. Ik ontdekte er hoe inspirerend geloof kan zijn. Ik zat in het eerste jaar van de Sociale Academie, maar ben toen meer richting het kerkelijk werk gegaan, actief geworden in het jongerenpastoraat en ben uiteindelijk theologie gaan studeren.”

“Voor mij hoort geloof onlosmakelijk bij maatschappelijk engagement. Vanuit de Kerk proberen we een ander geluid te laten horen: solidariteit, betrokkenheid en ieder mens in zijn waarde laten.” Hij verwijst naar de woorden van Jezus: wie zonder zonde is, werpe de eerste steen (Johannes 8, 1-11). “We willen het goede doen, maar we falen ook. Juist daarom moeten we elkaar niet te snel veroordelen, elkaar niet te snel de maat nemen.”